Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2:

Verbods- en vrijstellingbepalingen

Onderdeel van Bomenverordening Borne 2010

2.1 Verbodsbepalingen 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen of andersoortige houtopstanden; te vellen of te doen vellen, te rooien of te verplanten; achteraf te knotten of te kandelaberen, als de boom vanouds gesnoeid is; in zijn groeiruimte aan te tasten, zodat duurzame handhaving niet gewaarborgd is. 2. Het is tevens verboden om bomen of andersoortige houtopstanden: te beschadigen, bekladen of te beplakken; van voorwerpen te voorzien. 2.2.Vrijstellingsbepalingen 1. verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1 geldt niet voor; houtopstand binnen de bebouwde kom met een diameter tot 30 cm (stamomtrek 94 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan veertig jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; houtopstand binnen de bebouwde kom met een diameter tot 40 (stamomtrek 126 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld behorende tot de in bijlage A opgesomde soorten. 2. De verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1a is niet van toepassing voor bedrijfseconomisch geëxploiteerde houtopstanden als bedoeld in art. 15 van de Boswet: wegbeplantingen en éénrijige beplantingen langs landbouwgronden als bedoeld in art. 1 van de Landbouwwet, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; kweekgoed. houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen de bebouwde kom, tenzij de opstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan tien are, ofwel in geval van een rijbeplanting, gerekend over een totaal aantal rijen, niet meer bomen omvat dan twintig stuks. De verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1a is niet van toepassing voor houtopstanden die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel