2.1 Verbodsbepalingen
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen of
andersoortige houtopstanden;
te vellen of te doen vellen, te rooien of te verplanten;
achteraf te knotten of te kandelaberen, als de boom vanouds
gesnoeid is;
in zijn groeiruimte aan te tasten, zodat duurzame handhaving
niet gewaarborgd is.
2. Het is tevens verboden om bomen of andersoortige houtopstanden:
te beschadigen, bekladen of te beplakken;
van voorwerpen te voorzien.
2.2.Vrijstellingsbepalingen
1. verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1 geldt niet voor;
houtopstand binnen de bebouwde kom met een diameter tot 30 cm
(stamomtrek 94 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het
maaiveld.
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen
ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan veertig jaar,
bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
het bijzonder bestemde terreinen;
houtopstand binnen de bebouwde kom met een diameter tot 40
(stamomtrek 126 cm) gemeten op 1,30 meter hoogte boven het
maaiveld behorende tot de in bijlage A opgesomde soorten.
2. De verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1a is niet van toepassing voor
bedrijfseconomisch geëxploiteerde houtopstanden als bedoeld in art. 15
van de Boswet:
wegbeplantingen en éénrijige beplantingen langs landbouwgronden
als bedoeld in art. 1 van de Landbouwwet, beide voor zover
bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn
geknot;
kweekgoed.
houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen de
bebouwde kom, tenzij de opstand een zelfstandige eenheid vormt
en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan tien are, ofwel in
geval van een rijbeplanting, gerekend over een totaal aantal
rijen, niet meer bomen omvat dan twintig stuks.
De verbodsbepaling in artikel 2.1 sub 1a is niet van toepassing
voor houtopstanden die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van
burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in
de artikelen 8 en 9 van deze verordening.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2:
Verbods- en vrijstellingbepalingen
Onderdeel van Bomenverordening Borne 2010