In dit artikel wordt verstaan onder:
iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma
ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.
Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van de
iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving
vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
vernietigen;
de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt
voorkomen.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
voorraad te hebben of te vervoeren;
het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en
op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;
het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in dit lid
gestelde verbod.
ZIEKTENBESTRIJDING 7.
Artikel 17.1
Bestrijding van iepenziekte
Onderdeel van Bomenverordening Borne 2010