Indien dit artikel wordt verstaan onder
eikenprocessierups: de aanwezigheid van larven in elk stadium
van het eikenprocessiemotje (Thaumetopoea processionea) in of op
de bomen dan wel aan de stamvoet.
de aanwezigheid van brandharen.
Indien zich op een terrein één of meerdere nesten bevinden die naar
oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van de
ziekte en als zodanig gevaar opleveren voor de volksgezondheid dan
dienen deze situaties veiliggesteld te worden. Deze maatregel is gericht
op situaties langs intensieve voet- en fietsroutes en locaties binnen de
bebouwde kommen welke zijn vastgesteld volgens de Boswet.
In niet openbare situaties wordt de eigenaar gehouden aan;
monitoren bij een lage plaagdruk (minder dan 50 nesten per
ha.);
waarschuwen door middel van borden en een publicatie in de
plaatselijke media bij hoge plaagdruk (meer dan 50 nesten per
ha.) in een afgelegen terrein.
afsluiten van het terrein bij hoge plaagdruk (meer dan 50 nesten
per ha.) De afsluiting is tijdelijk en is gericht op bos- en
natuurgebieden.
ZIEKTENBESTRIJDING 7.
Artikel 17.2
Bestrijding van eikenprocessierups
Onderdeel van Bomenverordening Borne 2010