Algemeen spreekrecht:
Na de opening van de vergadering kunnen
aanwezige burgers gedurende maximaal dertig
minuten het woord voeren over niet geagendeerde
onderwerpen.
Per onderwerp bedraagt de spreektijd voor de
burger die in de gelegenheid wordt gesteld gebruik
te maken van het algemeen spreekrecht ten hoogste
vijf minuten. De voorzitter kan in bijzondere
gevallen afwijken van de maximale lengte van de
spreektijd.
Burgers die gebruik willen maken van deze
mogelijkheid moeten onder vermelding van het
onderwerp en de reden dit voor het begin van de
vergadering doorgeven aan de griffie.
Over onderwerpen genoemd onder lid 6, sub b, c
en d van dit artikel kan het woord niet worden
gevoerd.
Spreekrecht over geagendeerde
onderwerpen:
Voorafgaand aan de behandeling van elk
agendapunt kunnen de aanwezige toehoorders het
woord voeren over het onderwerp waarop het
agendapunt betrekking heeft.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
de agendapunten: "opening", "besluitenlijst
van de vorige vergadering", "openstaande
actiepunten", "mededelingen", "rondvraag" en
"sluiting".
een besluit van het gemeentebestuur waartegen
bezwaar en beroep openstaat of heeft
opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of
aanbevelingen van personen;
een aangelegenheid waarover een klacht ex
artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan
of kon worden ingediend.
**7..** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
belang is van de orde van de vergadering.
**8..** Nadat de leden en eventueel de portefeuillehouder over het aan
de orde zijnde agendapunt in eerste termijn het woord hebben
gevoerd stelt de voorzitter de aanwezige toehoorders in de
gelegenheid over dit agendapunt mee te spreken.
**9..** Per agendapunt kan de spreektijd voor de toehoorder die in de
gelegenheid wordt gesteld over een agendapunt in te spreken en
mee te spreken ten hoogste vijf minuten per spreektermijn
bedragen. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van
de maximale lengte van de spreektijd.
**10..** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
verleend. De voorzitter of een lid van de commissie doet een
voorstel over de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 17
- Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies