Handhaving van regels is niet alleen een bestuurstaak. Ook andere
deelnemers aan de samenleving hebben een rol. Er zijn dan ook meerdere
wegen te bewandelen. Het strafrecht is bij uitstek geschikt om een
overtreder van overheidswege te straffen indien het rechtsgevoel in de
samenleving geschokt is door het plegen van een strafbaar feit. Het
Openbaar Ministerie neemt hierbij het voortouw. Het privaatrecht is in
eerste instantie vooral bedoeld en geschikt als middel om de
rechtsverhouding tussen burgers (en bedrijven) onderling vast te
stellen. Particulieren kunnen zelf, zonder tussenkomst van de overheid,
het oordeel van de burgerlijke rechter inroepen. De bestuursrechtelijke
handhavingsbevoegdheid is primair bedoeld om een bepaalde situatie te
herstellen en feitelijk in overeenstemming te brengen met de norm. Deze
bevoegdheid is het bestuur toebedeeld in het algemeen belang. Het
bestuur dient altijd af te wegen of het, gelet op alle betrokken
belangen, gewenst is om een illegale situatie te beëindigen met
bestuursrechtelijke middelen. Daar waar sprake is van individuele
belangen (bijv. bij burengeschillen) prevaleert een civielrechtelijke
aanpak boven een bestuursrechtelijke aanpak. Bij die afweging dient de
specifieke rol die het bestuur dient te vervullen binnen het geheel van
de voor handen zijnde rechtsmiddelen eveneens te worden betrokken. De
invoering van de landelijke handhavingsstrategie – geïmplementeerd in
dit beleidsstuk - biedt een goede opmaat in de strafbaarstelling en
gradaties in soorten overtredingen. Daarin is ook aandacht voor
preventie: voorkomen dat tot handhaving moet worden overgegaan door
goede handhavingscommunicatie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Handhaven: een zaak van iedereen
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018