Tijdens het Bestuurlijk Omgevingsberaad van 4 juni 2014 is de
eindversie van de landelijke handhavingstrategie (versie 1.7; 24
april 2014) door het Interprovinciaal overleg en het Openbaar
Ministerie aangeboden aan de staatssecretaris. De landelijke
handhavingstrategie is het eerste gezamenlijke product van het
Openbaar Ministerie, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen, het ministerie van
Infrastructuur en Milieu, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de
Inspectie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
de Nationale Politie en de vereniging van omgevingsdiensten. Alle
betrokken partijen spraken zich uit voor implementatie van de
landelijke handhavingstrategie. Handhavende instanties, zoals
overheden, omgevingsdiensten, het Openbaar Ministerie en de politie
treden dan op eenzelfde manier op bij geconstateerde overtredingen
op het gebied van de Wabo. De strategie komt voort uit de behoefte
van de betrokken instanties om eenduidig handhavend op te treden en
de afstemming van bestuurs- en strafrecht te optimaliseren. Zo
ontstaat een gelijk speelveld waarbij men ervan uit kan gaan dat
handhavers zodanig optreden dat het rechtsgevoel wordt gerespecteerd
en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft.
Met het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingstrategie
wordt aangesloten bij de landelijke ontwikkelingen op het gebied van
de kwaliteitscriteria op het gebied van vergunningverlening,
toezicht en handhaving (VTH-kwaliteitscriteria) voor Wabo bevoegde
overheden.
Dit waarborgt landelijke eenduidigheid (en rechtsgelijkheid) in twee
opzichten:
iedere bevinding krijgt een passende interventie, en
het proces om tot een passende interventie te komen verloopt
overal hetzelfde.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf
Artikel 6.4.1
Totstandkoming, visie en werking landelijke handhavingstrategie
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018