De landelijke handhavingstrategie is gebaseerd op de volgende
uitgangspunten:
Onafhankelijkheid (sterke, slagkrachtige en onafhankelijke
handhavinginstanties).
Professionaliteit en vakmanschap (training, opleiding,
kennis- en informatie-uitwisseling).
Betrouwbaarheid (beginselplicht tot handhaven en
verantwoording afleggen).
Eenvoud (een passende interventie bij iedere bevinding en
hoe daar toe te komen).
Gezamenlijkheid (overleg, afstemming en planmatig en
informatiegestuurd gezamenlijk optreden).
De landelijke handhavingstrategie bevat een stappenplan voor het
bepalen van de reactie/interventie op een bevinding. De
reactie/interventie is afhankelijk van de (mogelijke) gevolgen van
de bevinding en het gedrag van de overtreder. Daarbij worden ook
eventuele verzwarende (of verlichtende) aspecten meegewogen. De
strategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met
interveniëren, gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten
van zwaardere interventies als naleving uitblijft. Daarnaast is
overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht
geregeld.
Handhavingsorganisaties kiezen afhankelijk van de situatie
weloverwogen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- èn
strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Uitgangspunt is
dat het bestuur en het Openbaar Ministerie, elk handelend vanuit de
eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in
combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving.
Bestuursrechtelijk optreden
Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van
de situatie, conform de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld
beleid wordt geëffectueerd. De keuze van de in te zetten
bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de
in hoofdstuk 3 van de landelijke handhavingstrategie opgenomen
interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie
voor de bevinding de eerste prioriteit is.
Strafrechtelijk optreden
Het strafrecht komt in beeld als de (mogelijke) gevolgen van belang
zijn of aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar. Het strafrecht
komt mede in beeld als het gedrag van de overtreder daar aanleiding
toe geeft. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het
straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk
genoten (concurrentie)voordeel.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf
Artikel 6.4.2
Uitgangspunten landelijke handhavingsstrategie
Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid IJsselstein 2016-2018