Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Monumentenverordening Hilversum 2016

Deze verordening verstaat onder: 1. archeologisch monument: monument als bedoeld in onderdeel 19 onder b; 2. archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld door het college en de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en op grond van een programma van eisen waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek conform de eisen van het college en de KNA; 3. archeologische waarde: de aan een gebied of specifiek element in een gebied toegekende of te verwachte kenmerkende waarde op het gebied van archeologie; 4. beschermd (archeologisch) monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 5. beschermd gemeentelijk (archeologisch) monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd aangewezen (archeologisch) monument; 6. beschermd provinciaal monument: beschermd monument als bedoeld in de provinciale Monumentenverordening Noord-Holland 2010; 7. beschermd stadsgezicht: beschermd stadsgezicht aangewezen ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet 1988; 8. beschermd gemeentelijk stadsgezicht: een overeenkomstig deze verordening als beschermd aangewezen stadsgezicht; 9. bouwhistorisch onderzoek en waardering: rapportage waarin de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of structuur wordt vastgesteld, dat naar het oordeel van het college voldoet aan de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed e.a.; 10. bovengrondse cultuurhistorisch onderzoek en waardering: onderzoek naar en waardering van bovengrondse sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van de leefomgeving en een beeld geven van of herinneren aan een historische situatie of ontwikkeling en ter goedkeuring aan het college wordt voorgelegd; 11. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; 12. Commissie voor Welstand en Monumenten: de op basis van artikel 15 van de Monumentenwet 1988 door de raad ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Monumentenverordening en het monumenten- en cultuurhistorisch beleid en over cultuurhistorische en monumentale belangen in de sfeer van de ruimtelijke ordening; 13. gemeentelijke archeologische beleidskaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied, waarop archeologische monumenten, archeologische waarden en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; 14. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst beschermde gemeentelijke monumenten; 15. gemeentelijke lijst van beschermde stadsgezichten: de lijst beschermde gemeentelijke stadsgezichten; 16. gemeenteraad: de raad van de gemeente Hilversum; 17. monument: zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Hieronder worden ook begrepen de roerende zaken die kennelijk deel uitmaken van, of behoren tot het onroerende monument. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder a. 18. stadsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; 29. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 20. waardering: onderdeel van de redengevende omschrijving van het monument waarin de waarden die het monument of stadsgezicht vertegenwoordigt, worden omschreven.

Rechtspraak bij dit artikel