Het college kan bepalen dat een terrein in het belang van archeologisch
onderzoek wordtbetreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel
daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter
voorbereiding of ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel
3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.1 van de Wet algemene
bepalingen
omgevingsrecht. De rechthebbende ten aanzien van dit terrein moet
desgevraagd duldendat dit terrein in het belang van archeologisch
onderzoek wordt betreden, dat daarop metingenworden verricht, dan wel
daarin opgravingen worden gedaan.