Het college kan een vergunning intrekken indien:
Niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
geworden, de aanvrager is overgegaan tot onttrekking,
omzetting, of omvorming;
De vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren;
Niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde
voorwaarden en voorschriften.
Het handhaven van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare
inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving
van het betreffende pand, dan wel tot verstoring van de
openbare orde, veiligheid of gezondheid;
Het pand waarvoor de vergunning is afgegeven een jaar of
langer niet in gebruik is als onzelfstandige
woonruimte.
De vergunninghouder hier schriftelijk om verzoekt.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 6.
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Tilburg 2016