De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van
de zitting, waarop de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan
in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen
horen.
De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:3, 7:17
en artikel 9:10 van de wet.
Indien de commissie op grond van het tweede lid besluit af te
zien van horen, doet zij daarvan mededeling aan de
belanghebbende en het verwerend orgaan.
HOOFDSTUK III
Artikel 10