Naar hoofdinhoud

Artikel 2.47

Na vermoedelijk verzuim aangifte inlichtingen geven en geschriften overleggen/in persoon verschijnen

Onderdeel van Uitvoeringsregels bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen gemeente Heusden 2016

Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie. Aanbeveling: Artikel 2.47 Wet BRP verplicht de ingeschrevene om informatie te verstrekken over zijn adres, wanneer het college van B&W het redelijke vermoeden heeft dat de ingeschrevene geen aangifte heeft gedaan van verblijf en adres, adreswijziging of vertrek. Ook kan de burger op grond van dit artikel verplicht worden om in persoon te verschijnen. Tijdens het adresonderzoek vraagt het college van B&W om aanvullende informatie over het adres, dan wel vraagt het college van B&W betrokkene om in persoon te verschijnen om aangifte te doen. Hiervoor geeft het college van B&W betrokkene een termijn. Als de termijn verstreken is, wordt aan betrokkene een voornemenbrief gestuurd. Hierin wordt betrokkene een tweede mogelijkheid gegeven om alsnog te verschijnen dan wel de gevraagde informatie te verstrekken. Voldoet betrokkene hier niet aan, dan kan betrokkene een bestuurlijke boete opgelegd worden voor het niet verstrekken van informatie of het niet in persoon verschijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel