Naar hoofdinhoud

Artikel 2.48

Anderen op wie verplichtingen ook rusten

Onderdeel van Uitvoeringsregels bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen gemeente Heusden 2016

De verplichtingen, vermeld in de artikelen 2.38, 2.39 en 2.43 tot en met 2.47, rusten op: a. ouders, voogden en verzorgers voor minderjarigen jonger dan 16 jaar; b. ouders, voogden en verzorgers voor inwonende minderjarigen van 16 jaar of ouder, tenzij de minderjarige zelf de verplichting vervult; c. curatoren voor onder curatele gestelden. In artikel 2.48 Wet BRP staan de personen genoemd, op wie de verplichting van het doen van aangifte rust, namens minderjarigen en onder curatele gestelden. Aan de in dit artikel genoemde personen kan de bestuurlijke boete opgelegd worden, als ze geen aangifte doen van de adreswijziging namens personen, die ze vertegenwoordigen. Ten aanzien van de aangifte van adreswijziging van een kind zijn er meerdere mensen, die verplicht zijn om aangifte te doen namens het kind. Als er meerdere personen zijn die verplicht zijn tot aangifte, moet bepaald worden op welke persoon in de betrokken situatie de verplichting van aangifte het meest rust. Dit zal/zullen in het algemeen de persoon/personen is/zijn bij wie het kind gaat wonen, dan wel de persoon/personen die verantwoordelijk is/zijn voor de opvoeding en verzorging van het kind. Als er meerdere personen verplicht zijn tot aangifte, dan zijn ze wel hoofdelijk aansprakelijk voor het betalen van de bestuurlijke boete. Ten aanzien van het opleggen van bestuurlijke boete op de personen, die in dit artikel worden genoemd, worden de volgende aanbevelingen gedaan: Eén boete kan aan twee ouders gezamenlijk worden opgelegd. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk; Als het gaat om ouders van een minderjarig kind waarvoor aangifte gedaan moet worden, dan de boete opleggen aan de ouder bij wie het kind verblijft; Als het kind niet bij de ouders verblijft dan de boete opleggen aan de ouders of de voogd of de verzorger, een en ander afhankelijk van de situatie blijkens het dossier. Voor de hand ligt dat degene die het kind feitelijk dagelijks verzorgt het meest in aanmerking komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel