Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5

Verantwoordingsniveaus

Onderdeel van Beleidsregels externe veiligheid gemeente Wijchen

Bij het beoordelen van aanvragen om een omgevingsvergunning, besteedt het bevoegd gezag aandacht aan een integrale belangenafweging. In de integrale afweging worden economische, maatschappelijke en veiligheidsbelangen betrokken. Deze afweging wordt vastgelegd in de ‘verantwoording van het groepsrisico’. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico functioneert hierbij als signaalwaarde. Voor elke situatie wordt maatwerk voor het gewenste veiligheidsniveau toegepast. Bij significante toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde ziet het bevoegd gezag erop toe dat de initiatiefnemer alle doelmatige maatregelen neemt die tot de mogelijkheden behoren om de veiligheid te verhogen. Zijn die maatregelen niet mogelijk dan moet het plan worden aangepast of in het uiterste geval stop gezet. Bij het verantwoorden worden drie niveaus onderscheiden: zwaar, licht en standaard verantwoorden. Het verschil tussen lichte en zware verantwoording van het groepsrisico is de intensiviteit van de onderbouwing van mogelijke maatregelen, nut en noodzaak en omvang/inrichting van het plan. Daarmee bestaat vooral een verschil in ambtelijke inspanning. Bij een zware verantwoording worden alle mogelijke alternatieven en maatregelen beschouwd vanuit juridisch, technisch, praktisch en financieel oogpunt. In de onderbouwing wordt nader ingegaan waarom een maatregel of alternatief plan wel of niet acceptabel is. Bij een lichte verantwoording kan worden volstaan met een eenvoudige verwijzing naar de ruimtelijke onderbouwing voor wat betreft nut en noodzaak van een plan van deze omvang op deze locatie, en is een algemene beschouwing ten aanzien van maatregelen mogelijk. Standaard verantwoording gaat uit van een vaststaande onderbouwing die al in de beleidsvisie externe veiligheid is opgenomen en wordt opgenomen in de toelichting van een ruimtelijk plan.

Rechtspraak bij dit artikel