Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Aanbod/inhoud educatie

Onderdeel van Regionaal programma educatievoorzieningen 2016

In de WEB is voorgeschreven[4] waar het educatie-aanbod op moet zijn gericht nl. opleidingen Nederlandse taal en rekenen, gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs; de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II die opleiden voor het niveau van het diploma Nederlands als tweede taal, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal; de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op beheersing van een basisniveau Nederlandse taal; de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op alfabetisering; Maatwerk. Aan de opleidingen zijn eindtermen verbonden. Hiermee wordt bedoeld dat de deelnemer na afronding van de opleiding een zogenaamd ‘referentieniveau’ moet behalen. De verschillende referentieniveaus zijn landelijk vastgesteld[5]. Niveau 2F[6] wordt beschouwd als het burgerschapsniveau: het minimumniveau van taal en rekenen dat volwassenen moeten beheersen om volwaardig te kunnen participeren in de samenleving. [4] art. 7.3.1 van de WEB [5] Referentiekader taal en rekenen, standaarden en eindtermen volwasseneneducatie [6] Volgens de in Nederland geldende referentieniveaus die in de WEB worden gebruikt, is iemand laaggeletterd onder niveau 2F oftewel het niveau van Mbo1 / Vmbo-basisberoeps. Deze niveaus gelden zowel voor autochtonen als allochtonen. In termen van de inburgering is het belangrijk om te beseffen dat iemand die het inburgeringsexamen heeft behaald (niveau A2 staat gelijk aan 1F) nog steeds laaggeletterd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel