De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) definieert geletterdheid als “het vermogen om geschreven teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken om te participeren in de samenleving, om doelen te bereiken, en om kennis en potentieel te ontwikkelen. Geletterdheid omvat een scala van vaardigheden die variëren van het decoderen van geschreven woorden en zinnen, tot het begrip, de interpretatie en evaluatie van complexe teksten”.
De keerzijde hiervan is dat er sprake is van laaggeletterdheid als men wel kan lezen en schrijven maar dat het onvoldoende is om goed te functioneren in het persoonlijk en maatschappelijk leven en op de arbeidsmarkt. Laaggeletterdheid is overigens niet gelijk aan analfabetisme. Onder analfabetisme verstaan we dat mensen helemaal niet kunnen lezen en schrijven. Analfabeten vormen een deel van de populatie van de laaggeletterden.
Omdat de eisen vanuit de maatschappij steeds hoger worden en betrekking hebben op een breder pakket aan vaardigheden, is het begrip geletterdheid de laatste jaren verruimd. Het gaat niet alleen meer om lezen en schrijven maar ook om luisteren, spreken, gecijferdheid en in dat kader het gebruiken van alledaagse technologie om te communiceren en om te gaan met informatie (basisvaardigheden). Hoewel digitale vaardigheden, in tegenstelling tot taal en rekenen, niet expliciet apart in de wet zijn benoemd, wordt er sterk de nadruk op gelegd als basisvaardigheid voor een optimale maatschappelijke participatie in combinatie met het aanpakken van een taal en/of rekenachterstand.
M.n. een goede taalvaardigheid is een voorwaarde voor een carrière op de arbeidsmarkt en om maatschappelijk mee te kunnen doen. Mensen met beperkte vaardigheden komen vaak in sociaaleconomisch opzicht in de onderste regionen van de maatschappij terecht en kunnen tegen allerlei belemmeringen in hun dagelijks leven aanlopen. Mensen die vaardig zijn, vinden gemakkelijker een baan, krijgen een hoger salaris, hebben een betere gezondheid en zijn vaker politiek en maatschappelijk actief. Goede beheersing van de Nederlandse taal is van belang voor het individu en voor de maatschappij als geheel. Door de toenemende maatschappelijke behoefte aan vaardige mensen, wordt de afstand tussen geletterden en laaggeletterden steeds groter. Daarmee neemt het risico toe dat mensen niet (meer) mee (kunnen) doen en afhaken en/of worden buitengesloten. Dat gaat gepaard met maatschappelijke kosten. Laaggeletterdheid leidt namelijk tot een lagere arbeidsproductiviteit en lagere belastinginkomsten en vergroot de druk op sociale voorzieningen en middelenoverdracht (nivellering). Volgens een schatting van Price Waterhouse Coopers (PWC) in 2013 kost dit de Nederlandse samenleving jaarlijks gemiddeld € 560 miljoen[3].
Educatie vormt daarom ook geen doel op zich maar is een instrument dat in relatie tot het bredere gemeentelijk veld van het sociale domein wordt ingezet om een volwaardige participatie in de samenleving te bereiken. Volwasseneneducatie biedt in het bijzonder een meerwaarde voor een groep volwassenen die in een achterstandsituatie verkeert of hierin dreigt te geraken door een tekort aan maatschappelijke, sociale of beroepsmatige kennis en vaardigheden.
Het is een middel om de arbeidsparticipatie te vergroten en daarmee de maatschappelijke schadelast te beperken. Dit geldt zowel bij toetreding tot de arbeidsmarkt, als bij het behoud van betaalde arbeid. Ook is volwasseneneducatie belangrijk voor het bevorderen en behouden van maatschappelijke participatie. Contact met (overheids)instanties zoals gemeenten, rijk en semi-overheid en een actieve betrokkenheid bij de sociale omgeving doen in toenemende mate een beroep op vaardigheden van mensen.
[3] PWC, 2013. Zie ook: Feiten & Cijfers geletterdheid. Overzicht van de gevolgen van laaggeletterdheid en opbrengsten van investeringen voor samenleving en individu. Amsterdam: Stichting Lezen & Schrijven (i.s.m. Maastricht University School of Business and Economics Educational Research & Development).
Artikel 5.
Visie volwasseneneducatie 2016
Onderdeel van Regionaal programma educatievoorzieningen 2016