Naar hoofdinhoud
De eerste voorwaarde betreft de “bekwaamheid” van de aanvrager. Allereerst wordt van een aanvrager verwacht dat deze zelfstandig of met behulp van zijn netwerk een redelijke waardering kan maken van zijn belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag. Een persoon moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn. Ten tweede wordt van de aanvrager verwacht dat deze de aan het PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie. Door de invoering van het trekkingsrecht, waarbij het belangrijkste deel van het budgetbeheer wordt overgenomen door de SVB, gaat het bij het toetsen van de bekwaamheid niet om de vaardigheden van de cliënt om een budget te beheren. Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders die over de bekwaamheid moeten beschikken om zorg in te kopen. Bij jeugdigen tussen de 16 en 18 jaar (met uitloop tot 23 jaar) kan het voorkomen dat de jeugdige zelf het contract aangaat. Per Saldo heeft een PGB-test voor cliënten ontwikkeld. Cliënten kunnen de zelf-test op internet invullen en krijgen aan de hand van een aantal vragen inzicht in de vaardigheden die nodig zijn voor het beheren van een PGB en de mate waarin zij zelf reeds over deze vaardigheden beschikken. Aanvullend op de eigen informatievoorziening van de gemeente, worden mensen op deze zelftest gewezen. Zie ook de website van Per Saldo, www.PGB-test.nl. De bekwaamheid voor het hebben van een PGB wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst, maar het oordeel van de gemeente (voor jeugdhulp het Centrum voor Jeugd en Gezin) is leidend. Mocht de gemeente van oordeel zijn dat de persoon niet bekwaam is voor het houden van een PGB, dan wordt het PGB geweigerd. Tegen die beslissing van de gemeente kan een aanvrager bezwaar maken. 3.1.1. Wettelijke uitsluitingsgronden PGB (incl. verordening) Bemiddelingskosten mogen niet betaald worden uit een PGB. Uit de Jeugdwet volgt dat minderjarigen die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering hebben of jeugdigen die zijn opgenomen in een gesloten accommodatie met een machtiging, niet in aanmerking komen voor een PGB. Geen PGB wordt verstrekt in het geval een persoon vanwege zijn aandoeningen of door andere oorzaken niet zelfstandig beslissingen kan nemen, dan wel niet in staat is om conform professionele normen te beslissen wat goed voor hem is Geen PGB wordt verstrekt als er sprake is van een wettelijke schuldsanering bij de aanvrager. 3.1.2. Overige uitsluitingsgronden PGB Naast de wettelijke uitsluitingsgronden is ook het volgende uitgesloten van een PGB: Administratie (incl. meerkosten vanwege het vervallen van de mogelijkheid van automatische incasso door de zorgverlener als gevolg van het trekkingsrecht) Coördinatie Crisishulp/Crisisopvang Pleegzorg Vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding Reiskosten van een zorgverlener Feestdagenuitkeringen aan de zorgverlener Progressiviteit van het ziektebeeld / kinderen in de groei kan reden zijn om geen PGB te verstrekken Voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is Ad) Administratie De doorlopende administratiekosten die de budgethouder bij derden heeft belegd, komen niet voor vergoeding uit het PGB in aanmerking. De PGB-administratie doet een budgethouder zelf of een vertegenwoordiger doet dit zonder hiervoor geld uit het PGB te ontvangen. Met de invoering van het trekkingsrecht worden de administratieve lasten beperkt. Als gevolg van de invoering van het trekkingsrecht kan met een zorgverlener geen automatische incasso meer worden afgesproken. De mogelijke meerkosten die facturering met zich meebrengt, kunnen niet afzonderlijk worden voldaan vanuit het PGB. Ad) Coördinatie: Een budgethouder komt in principe alleen in aanmerking voor een PGB als hij zelf (of een vertegenwoordiger) op verantwoorde wijze regie kan voeren. Coördinatie kan dan ook niet betaald worden vanuit het PGB, deze activiteit voert de budgethouder immers zelf uit of is belegd bij de vertegenwoordiger. Ad) Crisishulp/ crisisopvang/ spoedeisende zorg Wanneer in geval van crisis direct hulp moet worden ingezet, is er geen tijd om een plan op te stellen, de hoogte van het PGB te bepalen en een (arbeids)overeenkomst te sluiten met een hulpverlener/organisatie. Bovendien moet deze hulp voldoen aan kwaliteitseisen. Voor crisishulp is het om deze redenen niet mogelijk een PGB te ontvangen. Ad) Pleegzorg: De opvang van een kind door een pleegouder, is uitgesloten van het PGB. Voor deze zorg kan namelijk een pleegzorgvergoeding worden ontvangen. Dit is een onkostenvergoeding die niet als inkomen wordt gezien en verschilt daarmee van het PGB. Via de organisatie pleegzorg is kwaliteit en begeleiding van het pleeggezin geborgd. Voor de zorg die een kind extra nodig heeft, kan wel een PGB toegekend worden. Bij zwaardere ondersteuningsvormen, zoals maatschappelijke opvang, beschermd wonen, (dag)behandeling en ambulante specialistische jeugdhulp zal goed gekeken worden of een cliënt regiemogelijkheden heeft en of de beoogde ondersteuning aansluit op de benodigde kwaliteit en de te behalen resultaten. Bij twijfels zal geen PGB voor deze zorgvormen worden toegekend. Ad) Vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding: In het kader van de AWBZ en de oude Wmo was het mogelijk een bedrag van € 250,00 of de fiscale vrijwilligersvergoeding uit het PGB te verstrekken. Op deze wijze worden cliënten met een PGB en cliënten met zorg in natura niet op gelijke wijze behandeld. Natura cliënten hebben ook niet de beschikking over een vrij besteedbaar bedrag. Ad) Reiskosten van een zorgverlener: Reiskosten van een zorgverlener kunnen niet afzonderlijk worden voldaan uit het PGB. Deze kosten dienen door de zorgverlener te worden meegenomen in het uurtarief. Ad) Feestdagenuitkeringen aan de zorgverlener Feestdagenuitkeringen aan een zorgverlener kunnen niet afzonderlijk worden voldaan uit het PGB. Deze kosten dienen door de zorgverlener te worden meegenomen in het uurtarief. Ad) Progressiviteit van het ziektebeeld / kinderen in de groei Op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld kunnen de aangevraagde hulpmiddelen en woningaanpassingen zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen dienen te worden dat deze verstrekkingen zich daardoor niet lenen voor een persoonsgebonden budget. Dit kan ook gelden voor voorzieningen voor kinderen in de groei. Ad) Voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is Een voorziening waarin middels een collectieve voorziening kan worden voorzien, is uitgesloten van een PGB. 3.1.3. Ondersteuning voor de budgethouder De keuze voor een PGB legt meer verantwoordelijkheden bij de belanghebbende dan zorg in natura. Het is op verschillende manieren mogelijk om ondersteuning te krijgen bij deze verantwoordelijkheden. Voor de Wmo had het college een contract gesloten met de Sociale Verzekeringsbank (SVB), op grond waarvan de SVB ondersteuning bood voor de budgethouders van de gemeente met betrekking tot arbeidsrechtelijke taken. In verband met de invoering van het Trekkingsrecht is deze overeenkomst overbodig geworden en door de SVB beëindigd. De budgethouder kan nu vanuit de landelijke collectiviteit ondersteuning krijgen van SVB in de taken als opdracht- en/of werkgever. De budgethouder kan ook ondersteuning vragen aan derden bij het beheer van het PGB. Deze ondersteuning mag niet betaald worden uit het PGB.

Rechtspraak bij dit artikel