Naar hoofdinhoud
In de periode van het overgangsrecht staat centraal dat de cliënt zijn of haar huidige indicatie met het budget moet kunnen verzilveren. In het geval dat de gemeente de geldende indicatie kan eerbiedigen met een lager budget, dan is dit toegestaan. Echter, wanneer de cliënt aantoont dat hij/zij hetzelfde zorgaanbod (binnen de bandbreedte van de indicatie) niet met een lager budget kan inkopen, dan dient de gemeente een toereikend budget beschikbaar te stellen. Dit geldt uiteraard alleen voor de periode dat de indicatie nog geldig is en uiterlijk tot 1 januari 2016. Indien een gemeente niet voldoende budget beschikbaar stelt om de indicatie te verzilveren, dan kan de cliënt bezwaar aantekenen tegen de beschikking. De optie van het inzetten van een andere (goedkopere) zorgverlener (of dat de PGB-houder een lager uurtarief overeenkomt met de hulpverlener) zal voor PGB-houders mogelijk niet altijd passend zijn. Indien zeer specifieke zorg wordt ingekocht bij een specifiek persoon, zou het overstappen naar een andere zorgverlener kunnen leiden tot niet passende zorg en daarmee het niet eerbiedigen van de bestaande indicatie. Wanneer het overstappen naar een andere, goedkopere zorgverlener voor de cliënt wel mogelijk is, dan kan de gemeente dit meenemen in haar overweging om de hoogte van het PGB in 2015 bij te stellen. In het kader van de continuïteit van zorg in het overgangsrecht zal hier voor zowel de Jeugdwet, als de Wmo geen gebruik van gemaakt worden. Cliënten houden in het kader van het overgangsrecht het recht op ondersteuning bij dezelfde aanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel