Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet af van of vooralsnog af van invordering: zolang het inkomen van belanghebbende niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm en er geen sprake is van vermogen zoals bedoeld in de Participatiewet; als bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening, tenzij dit bedrag lager is door toedoen van de belanghebbende; indien het resterende bedrag van de geldlening lager is door toedoen van de belanghebbende dan wordt de restant lening ineens opeisbaar. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op bedrijfskredieten ingevolge het Bbz 2004.

Rechtspraak bij dit artikel