1.. Voor elke markt stellen burgemeester en wethouders een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat:

  • - aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd);
  • - een kaart van de markt;
  • - indien van toepassing, mededeling dat het anciënniteitsstelsel van artikel 5 van toepassing is;
  • - aanduiding van de wijze waarop nieuwe vaste-standplaatsvergunningen worden verstrekt.

2.. Op de kaart zijn aangegeven:

  • - de grenzen van de markt;
  • - de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vaste-standplaatsvergunning;
  • - de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste-standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven;
  • - de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van
  • - een standwerkvergunning.

3.. Het inrichtingsplan is gedurende markttijd bij de markt aanwezig en in te zien.