Voor de duur van maximaal zes maanden na beëindiging van onderwijs of beroepsopleiding waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wtos, verlagen burgemeester en wethouders de norm voor een schoolverlater. De duur van de zes maanden vangt aan na beëindiging van de studiefinanciering.
De uitkeringsgerechtigde diende tijdens zijn studieperiode de bestedingen af te stemmen op zijn doorgaans beperkte inkomen (veelal alleen uit studiefinanciering). Als hij zijn studie beëindigt nemen zijn noodzakelijke kosten van bestaan niet onmiddellijk toe. Burgemeester en wethouders stemmen daarom de uitkering voor schoolverlaters af op de hoogte van het tijdens de studie genoten inkomen. De invloed van inkomsten bijvoorbeeld uit arbeid of stagevergoeding tijdens de studie speelt hierbij geen rol. De bedoeling van deze normverlaging is de schoolverlater financieel te stimuleren richting arbeidsmarkt.
Om de schoolverlater maximaal te stimuleren is voor de schoolverlatersnorm aansluiting gezocht bij het normbedrag voor levensonderhoud van een deelnemer aan beroepsonderwijs, dat in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF) genoemd wordt.
In artikel 3.18 WSF worden twee bedragen genoemd voor levensonderhoud: voor hoger onderwijs en voor beroepsonderwijs. Gekozen is alleen gebruik te maken van het laagste bedrag (voor beroepsonderwijs) ook als voor de bijstandverlening hoger onderwijs werd gevolgd.
Net als in de Wet studiefinanciering 2000 maken burgemeester en wethouders in de schoolverlatersnorm onderscheid tussen thuisinwonenden en uitwonenden.
In de norm schoolverlaters spelen inkomsten uit arbeid geen rol. De situatie van schoolverlatende alleenstaande ouders leent zich niet voor de toepassing van dit artikel. Alleenstaande ouders vallen daarom buiten de strekking van dit artikel. De gehanteerde normen voorzien ook niet in de situatie van gehuwden. Eventueel kan wanneer dat wenselijk is bij gehuwden van wie een of beide partners schoolverlater is/zijn, gebruik worden gemaakt van artikel 18 van de wet.
Wanneer de kosterdelersnorm van artikel 22a van de wet, los van toepassing van de schoolverlatersnorm, al leidt tot een tot een lagere uitkering dan bij toepassing van de schoolverlatersnorm dan wordt de schoolverlatersnorm niet toegepast.