Gedragingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, met uitzondering van het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
eerste categorie:
het niet binnen de daarvoor door het college vastgestelde termijn nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdelen c en e, of derde lid van de wet;
het door de kunstenaar of de echtgenoot niet binnen de daarvoor door het college vastgestelde termijn nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 20, vierde lid, met uitzondering van de verplichting bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel d van de wet.
tweede categorie:
het blijk geven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 20, eerste lid, tweede lid onderdelen a, b, c en d of derde lid van de wet;
het door de kunstenaar of de echtgenoot niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 20, vierde lid van de wet.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Het niet nakomen van verplichtingen voortvloeiend uit de WWIK
Onderdeel van Maatregelverordening Wet werk en inkomen kunstenaars gemeente Arnhem