**1..** Als leidinggevende geeft u het goede voorbeeld.
**2..** U bent open over uw manier van werken. U bent aanspreekbaar op uw werkwijze en uw houding naar medewerkers.
**3..** Bij twijfel en vragen over de juiste handelwijze kunnen medewerkers bij u terecht.
**4..** U bespreekt twijfels en vragen over integriteit in werkverband en stimuleert medewerkers hetzelfde te doen.
**5..** U bent alert op risicogevoelige situaties waarin medewerkers terecht kunnen komen en draagt bij aan hun weerbaarheid daartegen.
**6..** U spreekt medewerkers aan op dubieus gedrag, maakt afspraken en treft zo nodig maatregelen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.9