Naar hoofdinhoud
1.. Indien de belanghebbende een eigen woning bewoont waaraan hypotheeklasten zijn verbonden die minder bedragen dan de normhuur, wordt het inkomen verhoogd met het verschil tussen de hypotheeklasten en de normhuur. 2.. indien de belanghebbende een woning huurt, wordt het inkomen verminderd met het verschil tussen de rekenhuur, na aftrek van de normhuur, en de huur- of woonkostentoeslag. 3.. In afwijking van het tweede lid vindt geen verlaging plaats, indien de rekenhuur hoger is dan de norm, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag. 4.. Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college bovenmatige medische kosten heeft, worden deze kosten in mindering gebracht op het inkomen. 5.. In afwijking van het vierde lid vindt geen verlaging plaats, indien het inkomen hoger is dan 130 procent van de norm, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 6.. Op het inkomen wordt een bedrag van € 365,-- per jaar in mindering gebracht, indien de alleenstaande of het gezin hoofdverblijf hebben in AWBZ-inrichting “Het Dorp”, een regionale instelling voor beschermd wonen, of een gezinsvervangend tehuis voor gehandicapten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel