Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Bevoegdheden

Onderdeel van 5e Wijziging Samenwerkingsregeling GGD Noord- en Oost Gelderland

Ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, dragen de colleges hun bevoegdheden, genoemd in de wetten genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid, over aan het bestuur van de GGD. Onderdeel van een verzoek als bedoeld in artikel 4, derde lid, en een besluit als bedoeld in artikel 4, achtste lid, is de wijziging in de overgedragen bevoegdheden voor de taken die de gemeente niet meer door de GGD wil laten uitvoeren. De regeling hoeft hiervoor niet te worden gewijzigd. Ten behoeve van de taken, bedoeld in artikel 4, negende lid, kan overdracht van bevoegdheden plaatsvinden op voorstel van het betreffende college, zonder dat hiervoor de regeling hoeft te worden gewijzigd. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, als bedoeld in artikel 31a van de wet. Het algemeen bestuur neemt het besluit, bedoeld in het vijfde lid, met een meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het algemeen bestuur die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel