Elk college wijst uit zijn midden één lid, te weten de portefeuillehouder die is belast met de gemeentelijke portefeuille volksgezondheid, aan voor het algemeen bestuur.
De colleges kunnen uit hun midden één plaatsvervangend lid aanwijzen dat het lid, bedoeld in het eerste lid, bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.
Hoofdstuk III
Artikel 6
Samenstelling en vervanging
Onderdeel van 5e Wijziging Samenwerkingsregeling GGD Noord- en Oost Gelderland