Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Criteria voor het verlagen van de gemeentelijke bijstandsnorm voor gehuwden

Onderdeel van Verordening toeslagen op en verlagingen van de bijstandsnorm Dronten

1.. De gemeentelijke bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met de helft van de toeslag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet indien: de gehuwden het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als één ander niet zijnde kind en niet zijnde ouder, tenzij die ander geïndiceerd verzorgingsbehoeftig is; het hoofdverblijf van de gehuwden tevens het hoofdverblijf is van één of meer van hun ouder(s); de woning van de gehuwden tevens het hoofdverblijf is van één of meer kinderen van wie het inkomen gelijk is aan of hoger is dan het wettelijk minimumloon van een negentienjarige. 2.. De gemeentelijke bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met de toeslag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet indien: de gehuwden het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning als meer dan één ander, niet zijnde kind en niet zijnde ouder, tenzij al deze anderen geïndiceerd verzorgingsbehoeftig zijn; de woning van de gehuwden tevens het hoofdverblijf is van één of meer kinderen van wie het inkomen gelijk is aan of hoger is dan het wettelijk minimumloon van een negentienjarige en één of meer anderen, niet zijnde kind en niet zijnde ouder; de woning van de gehuwden tevens het hoofdverblijf is van één of meer van hun ouders en één of meer anderen, niet zijnde kind; de woning van de gehuwden tevens het hoofdverblijf is van één of meer van hun ouders en van één of meer kinderen van wie het inkomen gelijk is aan of hoger is dan het wettelijk minimumloon van een negentienjarige; de gehuwden geen woning bewonen of voor de woning die het hoofdverblijf is geen woonkosten verschuldigd zijn of de woonkosten door een al dan niet inwonende derde worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel