De artikelen: 48, 51 en 57 van de Participatiewet bieden de gemeente de mogelijkheid om de bijzondere bijstand in verschillende vormen te verstrekken zoals: om niet, geldlening, borgtocht of in natura. Uitgangspunt voor de verlening van bijzondere bijstand is dat deze om niet wordt verstrekt. Echter wanneer de individuele situatie van de belanghebbende en/of de kostensoort daartoe aanleiding geven, wordt de bijstand in een andere vorm verstrekt zoals bijvoorbeeld een geldlening. Voorbeelden dat de cliëntsituatie daartoe aanleiding geeft zijn o.a.:
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
er is wel sprake van theoretische reserveringscapaciteit maar de cliënt kan daar op het tijdstip van de aanvraag feitelijk niet of onvoldoende over beschikken en de aanschaf kan naar het oordeel van de gemeente geen uitstel dulden
(be)voorschotting op verstrekkingen door derden (bijv. verzekeringsuitkeringen);
als de aanwezige eigen middelen op tijdstip van de aanvraag nog “geblokkeerd” zijn (bijv. recht op deel onverdeelde inboedel /onderhoudsbijdrage en rechtbank daarover nog uitspraak moet doen).
Het kan ook inherent aan de kostensoort zijn dat de bijzondere bijstand bijvoorbeeld als leenbijstand wordt verstrekt. Zo behoort de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen/huisraad tot de incidenteel voorkomende algemene kosten van het bestaan die via reservering vooraf of gespreide betaling achteraf betaald dienen te worden. Dit geldt ook voor mensen die moeten rondkomen van een inkomen op het niveau van het sociaal minimum. Daarom dient bijzondere bijstand voor die kosten normaliter als leenbijstand te worden verstrekt. Opgemerkt wordt dat bijstand in natura slechts in hele uitzonderlijke gevallen toegepast dient te worden. Dit is het laatste redmiddel als de belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen.
Artikel 8.
Vorm van de bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk