Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Mogelijkheid aanvragen bijstand met terugwerkende kracht

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk

Als men voor de betaling van bijzondere kosten van het bestaan een aanvraag bijzondere bijstand indient, dan is dat omdat men zelf over onvoldoende eigen middelen (=inkomen en/of vermogen) beschikt. Een logische volgorde is dan ook dat de cliënt eerst een aanvraag bijzondere bijstand indient en de beslissing daarop afwacht en pas daarna kosten gaat maken. Niet in alle gevallen zal een ingediende aanvraag immers ook tot een toekenning leiden. Cliënten dienen in dit opzicht ook in bescherming te worden genomen. Ingevolge artikel 43, eerste lid, van de Pw stelt het college van burgemeester en wethouders het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag vast. Volgens vaste rechtspraak (zie o.a. Centrale Raad van Beroep (CRvB) d.d. 15-05-2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA6875) vloeit uit deze bepaling voort dat geen bijstand wordt verleend voorafgaand aan de datum van de aanvraag, tenzij bijzondere omstandig-heden dit rechtvaardigen. Om die reden wordt geopteerd voor de hoofdregel om geen bijzondere bijstand met terugwerkende kracht te verlenen. In het tweede lid staan een 2-tal uitzonderingen op deze hoofdregel beschreven. In het kader van administratieve lastenverlichting wordt de mogelijkheid geboden dat burgers kleine bijzondere bijstandskosten mogen opsparen tot een bedrag van maximaal € 150,- per kalenderjaar en dat zij pas dan een (gecombineerde) aanvraag bijzondere bijstand daarvoor indienen. De uiterste termijn om zo’n (gecombineerde) aanvraag bijzondere bijstand te kunnen indienen bedraagt 1 maand na ontvangst van de factuur waarmee de genoemde € 150,-- wordt overschreden. Wacht men dan nog langer met de indiening van de aanvraag, dan geldt de reeds beschreven hoofdregel en zal de aanvraag op die grond worden afgewezen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het uiteraard altijd toegestaan blijft om op een eerder tijdstip een aanvraag in te dienen wanneer men moeite heeft om de genoemde € 150,- voor te financieren. Een tweede uitzondering betreft de aanvraag bijzondere bijstand voor advocaatkosten of kosten bewindvoering/curatele. Omdat het meestal enige maanden duurt voordat een beslissing is genomen op een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) of een procedure tot onderbewindstelling/curatele en de cliënt pas daarna over alle benodigde informatie/bewijsstukken beschikt, wordt voor deze twee kostensoorten de mogelijkheid geboden dat de aanvraag daartoe mag worden ingediend tot uiterlijk 1 maand na ontvangst van de rekening/factuur van respectievelijk de advocaat of de bewindvoerder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel