Verrekenen maatregel geüniformeerde arbeidsverplichting
Wanneer het college een maatregel oplegt wegens schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting wordt de maatregel verrekend, artikel 18 lid 5 Participatiewet. Dit over de maand van oplegging van de maatregel en over de twee daarop volgende maanden. In iedere maand wordt een derde van het bedrag van de maatregel verrekend. Wanneer belanghebbende tot inkeer is gekomen en daarom een verzoek tot herziening van de maatregel doet wordt de verlaging van de uitkering stopgezet en ontvangt belanghebbende weer de volledige uitkering, artikel 18 lid 11 Participatiewet.
Met de “maand van oplegging" wordt in deze verordening bedoeld de maand waarin het besluit aan belanghebbende is bekend gemaakt. Is sprake van een tweede of volgende schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting binnen de recidivetermijn, dan is het verrekenen van de maatregel niet mogelijk. Artikel 13 bepaalt immers dat verrekenen uitsluitend mogelijk is bij een maatregel die gebaseerd is op een gedraging zoals bedoeld in artikel 9 van deze verordening. Recidive is niet geregeld in artikel 9 maar in artikel 15 lid 6 van deze verordening. Daarom is verrekenen bij recidive niet mogelijk.
Artikel 13.
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Gemeente Almere 2016