In artikel 8 worden schendingen van de niet geüniformeerde verplichtingen uit de Participatiewet, de IOAW en IOAZ geformuleerd. De verwijtbare gedragingen zijn ondergebracht in categorieën. Aan die categorieën wordt een gewicht toegekend in de vorm van een verlagingspercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging meer concrete gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.
Niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen
De verwijtbare gedragingen omvatten zowel het niet als het onvoldoende nakomen van diverse verplichtingen. Artikel 18 lid 2 WWB zoals dat luidde vóór 1 januari 2015 bepaalde dat het college moest afstemmen als een belanghebbende de verplichtingen "niet of onvoldoende nakomt". Met het huidige artikel 18 lid 2 Participatiewet wordt dit gewijzigd in "het niet nakomen van de verplichtingen". Het woord "onvoldoende" valt hiermee weg. Niet is gebleken dat de wetgever hiermee een inhoudelijke wijziging heeft beoogd. Om onduidelijkheid hierover te voorkomen is daarom in artikel 8 neergelegd dat sprake is van een verwijtbare gedraging bij het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen.
Samenloop niet-geüniformeerde en geüniformeerde verplichtingen
De verwijtbare gedragingen als beschreven in dit artikel zijn niet aan de orde voor zover die gedragingen tevens zijn te kwalificeren als één van geüniformeerde arbeidsverplichtingen, 18 lid 4 Participatiewet. Zie ook de ééndaadse samenloop in artikel 12 lid 3 van deze verordening. Voor schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting geldt een apart afstemmingsregime: verlaging van de bijstand met honderd procent gedurende een in de afstemmingsverordening vastgelegde duur van een maand, zie hiervoor artikel 9 van deze verordening. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een verwijtbare gedraging zoals bedoeld in artikel 8 als het niet naar vermogen proberen te verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid voortvloeit uit een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet juncto artikel 9 van deze verordening zoals:
het niet verkrijgen of niet behouden van kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, en
het belemmeren van het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging en gedrag.
Opgemerkt wordt dat sommige van de in de artikel 8 genoemde gedragingen die verwant zijn aan de geüniformeerde arbeidsverplichtingen een afwijkend afstemmingsregime kennen.
Artikel 8
Het niet of onvoldoende nakomen van de niet geüniformeerde verplichtingen
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Gemeente Almere 2016