Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.1

Criteria aanspraak en verplichtingen persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2016

1.. Het college verstrekt een persoonsgebonden budget onverminderd artikel 2.3.6 van de wet. De cliënt heeft aanspraak op een persoonsgebonden budget indien: de cliënt op eigen kracht, al dan niet hulp uit zijn sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger, voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van belangen aangaande de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren; de cliënt zich in een budgetplan voldoende gemotiveerd op het standpunt stelt waarom hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst te krijgen; is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2.. Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende verplichtingen verbonden: het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt; uit het persoonsgebonden budget mogen geen (administratieve) bemiddelingsbureaus worden betaald; waaronder ook tussenpersonen/belangenbehartigers worden gerekend; reiskosten, van degene aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed, mogen uit het persoonsgebonden budget worden betaald, mits dat is opgenomen in het door het college akkoord bevonden ondersteuningsplan of budgetplan; het persoonsgebonden budget moet binnen zes maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Voor woningaanpassingen kan het college een langere termijn hanteren; de cliënt die is aangewezen op maatschappelijke ondersteuning besteedt het persoonsgebonden budget niet aan een persoon welke tot zijn leefeenheid behoort die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens overbelasting of dreigende overbelasting. 3.. Het college stelt nadere regels over de voorwaarden die zijn verbonden aan dan wel verband houden met het recht op een persoonsgebonden budget. 4.. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde ondersteuning of maatwerkvoorzieningen de bestedingen van persoonsgebonden budgetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel