Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.2

Criteria aanspraak en verplichtingen bij diensten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2016

1.. De cliënt als bedoeld in artikel 6.1 eerste lid van de verordening komt met degene aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed in een schriftelijke overeenkomst overeen, waar ten minste afspraken in zijn opgenomen over de kwaliteit, het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning, zonodig de wijze waarop dat resultaat wordt bereikt en de wijze van declareren, een declaratie bevat: een overzicht van de dagen waarop de ondersteuning is geboden, het uurtarief, het aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen, zonodig voorzien van het burgerservicenummer en de naam van degene die de ondersteuning biedt; een declaratie van degene aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed bevat het nummer waarmee de persoon die, al niet werkzaam is bij een organisatie, staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, een overzicht van de dagen waarop de ondersteuning is geboden, en de naam van degene die de ondersteuning heeft geleverd, het tarief, het aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen, en de naam en het adres van de organisatie waar degene werkzaam is; de cliënt stelt, op verzoek van het college of de Sociale verzekeringsbank, de in onderdeel a en b bedoelde schriftelijke overeenkomst en/of declaraties tot vijf jaar na de datum van de verlening van het persoonsgebonden budget ter beschikking van het college of de Sociale verzekeringsbank.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel