Lid 1
De hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren bedraagt een bepaald percentage van de norm gehuwden van 21 jaar tot de AOW-leeftijd, zoals genoemd in artikel 21 aanhef en onderdeel b. van de wet (per 1 juli 2016: € 1.395,93 per maand). Met dit systeem van percentages is er een redelijke aansluiting bij de bedragen die voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels golden.
Voor jongeren tot 21 jaar moet er een financiële prikkel blijven om toe te treden tot de arbeidsmarkt dan wel een studie te gaan volgen. Een hogere uitkering helpt hier niet bij. Naar de geldende normbedragen per 1 juli 2016 levert dit het volgende overzicht op:
gezinssituatie
algemene bijstandinclusief vakantietoeslag
aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud
totale bijstandsuitkering inclusief vakantietoeslag
beide gehuwden 18 tot 21 jaar zonder kinderen
€ 482,40
€ 348,98 (25%)
€ 831,38
één gehuwde18 tot 21 jaar en één gehuwde 21 jaar tot AOW-leeftijd zonder kinderen
€ 939,17
€ 139,59 (10%)
€ 1.078,76
beide gehuwden 18 tot 21 jaar met kinderen
€ 761,59
€ 348,98 (25%)
€ 1.110,57
één gehuwde 18 tot 21 jaar en één gehuwde 21 jaar tot AOW-leeftijd met kinderen
€ 1.218,36
-
€ 1.218,36
alleenstaande ouder 18 tot 21 jaar
€ 241,20
€ 558,37 (40%)
€ 799,57
(€ 1.055,07)*
alleenstaande 18 tot 21 jaar:
-thuiswonend
-uitwonend
€ 241,20
€ 241,20
-
€ 348,98 (25%)
€ 241,20
€ 590,18
* Alleenstaande ouders krijgen ter compensatie voor een lagere norm een verhoging van het kindgebonden budget via de alleenstaande ouderkop van de Belastingdienst van € 255,50 per maand (bedrag 2016).
Lid 2
In de Participatiewet geldt de kostendelersnorm. Dit betekent hoe meer kostendelende medebewoners in dezelfde woning wonen, hoe lager de algemene bijstandsuitkering. De kostendelersnorm geldt niet voor personen jonger dan 21 jaar. Dit betekent voor hen geen lagere wettelijke norm (algemene bijstand) als er kostendelende medebewoners in dezelfde woning wonen.
Gehuwden één persoon jonger dan 21 jaar en één persoon 21 jaar of ouder
De kostendelersnorm geldt wel voor gehuwden waarbij één echtgenoot 18 tot 21 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder en er sprake is van kostendelende medebewoners. De totale gehuwdennorm wordt dan bepaald door de optelsom van de norm voor de jongere van 18 tot 21 jaar en de kostendelersnorm voor de echtgenoot van 21 jaar en ouder.
In het geval de woning met één kostendelende medebewoner wordt gedeeld zal de norm voor de gehuwde van 21 jaar of ouder € 697,97 per maand (€ 1.395,93 : 2) bedragen (bedragen per 1 juli 2016).
De norm voor de gehuwde jonger dan 21 jaar is dan volgens artikel 22a, lid 3 van de wet:
met kinderen € 520,39 per maand. De totale bijstand voor de gehuwden tezamen wordt dan € 1.218,36 per maand;
zonder kinderen € 241,20 per maand. De totale bijstand voor de gehuwden tezamen wordt dan € 939,17 per maand.
Dit betekent dat de totale gehuwdennorm bij het delen van de woning met slechts één kostendelende medebewoner voor gehuwden waarbij één gehuwde jonger is dan 21 jaar en één gehuwde 21 jaar of ouder is op hetzelfde niveau ligt als in de situatie dat er geen kostendelende medebewoner(s) in dezelfde woning woont.
Pas bij twee kostendelende medebewoners daalt de totale bijstandsuitkering.
Aangezien de schaalvoordelen bij het gezamenlijk bewonen van dezelfde woning ook moet doorwerken bij jongeren, is in dit lid (onderdelen b en d) geregeld dat geen aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud wordt verstrekt als er bij gehuwden, waarvan één echtgenoot 21 jaar of ouder is, één of meer kostendelende medebewoners in dezelfde woning wonen. Overigens valt op te merken dat de algemene bijstand van gehuwden waarvan één gehuwde 18 tot 21 jaar is en één gehuwde 21 jaar tot AOW-leeftijd met kinderen al dusdanig hoog is dat ook zonder kostendelende medebewoners geen aanspraak bestaat op aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud.
Overige leefvormen
Ook voor de leefvormen, gehuwden 18 tot 21 jaar, alleenstaande ouders en alleenstaanden, moet bij kostendelende medebewoners de aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud lager worden vastgesteld. Men is dan immers in staat om de (woon)kosten gezamenlijk te delen.
Bij deze leefvormen wordt de aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud met 50% verlaagd als er één of meer kostendelende medebewoners in dezelfde woning wonen. Het maakt daarbij dus niet uit of er sprake is van één of meer kostendelende medebewoners. De verlaging blijft altijd 50%. De hoogte van de algemene bijstand blijft ongewijzigd.
Door gebruik te maken van de term “kostendelende medebewoners” wordt aansluiting gevonden bij de uitzonderingen van de kostendelersnorm die gelden voor personen vanaf 21 jaar. Dit betekent dat waar sprake is van een commerciële relatie, een inwonend persoon jonger dan 21 jaar of een student, de jongere met deze persoon geen kosten kan delen. Kortom: waar de kostendelersnorm uitzonderingen biedt aan personen van 21 jaar of ouder, gelden deze uitzonderingen ook bij jongeren voor de bijzondere bijstand levensonderhoud.
Artikel 4
Hoogte aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud
Onderdeel van Beleidsregels aanvullende bijzondere bijstand levensonderhoud voor jongeren