Het verschil tussen de feitelijke en de formele arbeidsduur van een medewerker wordt aangemerkt als compensatie-uren. Dit kan zowel een positief als een negatief urensaldo opleveren.
Gedurende een kalenderjaar kunnen de compensatie-uren binnen aanvaardbare grenzen vrij fluctueren. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de medewerker en de direct leidinggevende om het aantal compensatie-uren regelmatig te evalueren en beheersbaar te houden.
De medewerker is zelf verantwoordelijk voor het voorkomen c.q. opheffen van een onaanvaardbaar negatief urensaldo. De medewerker kan hiertoe extra uren werken en/of verlofuren en overwerkuren als compensatie inzetten. De direct leidinggevende is bevoegd hierover met de medewerker afspraken met een dwingend karakter te maken.
Het totaal aantal compensatie-uren, verlofuren en overwerkuren dat op voltijd basis wordt overgeheveld naar een volgend kalenderjaar bedraagt maximaal 72 uren; op deeltijd basis geldt dit aantal naar rato van de deeltijdfactor. In bijzondere situaties kan hiervan worden afgeweken en worden maatwerkafspraken gemaakt tussen de medewerker en de direct leidinggevende over de versnelde afbouw en/of afkoop van een bovenmatig urensaldo.
Uren die de medewerker, zonder daartoe expliciet opdracht te hebben gekregen, méér werkt dan zijn formele arbeidsduur per dag of per week worden niet aangemerkt als overwerk, maar als compensatie-uren binnen het systeem van flexibel werken.