1.Subsidieplafond
Zonodig maakt het college jaarlijks bekend welk totaalbedrag beschikbaar is voor de in dit hoofdstuk bedoelde werkgeverssubsidies en de verdeling daarvan.
Aanvraag
Bij de aanvraag tot verlening van een werkgeverssubsidie overlegt de werkgever:
naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer van de werknemer;
naam, adres, woonplaats van de werkgever;
een afschrift van de arbeidsovereenkomst waaruit de aard, de duur, de omvang van de overeenkomst en de hoogte van de vergoeding voor de werknemer blijken en
een schriftelijke verklaring, ondertekend door werkgever en werknemer, inhoudende dat de werkgever zich bereid verklaart de arbeidsovereenkomst met de werknemer, bij voldoende functioneren en bij niet ten nadele gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden, aansluitend aan de gesubsidieerde periode voort te zetten dan wel;
gegevens omtrent de wijze waarop de werkgever aan de werknemer begeleiding biedt in het werkproces en gegevens omtrent de wijze waarop faciliteiten beschikbaar zijn gesteld voor het realiseren van de afgesproken trajectdoelen in de vorm van een concreet begeleidingsplan en
indien meerdere werknemers waarvoor een werkgeverssubsidie wordt ontvangen bij de werkgever werkzaam zijn: een eigen verklaring van de werkgever, waarin deze verklaart dat deze werknemers maximaal 10% van de reguliere formatie uitmaken.
(Vervallen.)
Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie worden overgelegd.
De aanvraag tot verlening van de werkgeverssubsidie dient binnen een maand na aanvang van de dienstbetrekking te worden ingediend.
Weigeringsgronden
Artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht is op de subsidieverlening van toepassing.
Het college kan tevens de subsidie weigeren indien de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor subsidie wordt verstrekt een andere subsidie ontvangt of die kosten op een andere wijze, waaronder begrepen het doen van een beroep op een voorliggende voorziening, kan verminderen.
5. Subsidieverlening
De beschikking tot subsidieverlening bevat ten minste:
-een omschrijving van de gesubsidieerde activiteiten;
- de subsidiemaatstaf;
- de duur van de subsidie;
- de subsidievoorwaarden;
- de verplichtingen van de subsidieontvanger;
- de termijn voor de aanvraag van de subsidievaststelling; en
- de termijn van de ambtshalve subsidievaststelling.
6. Verplichtingen
De subsidieontvanger is verplicht:
tot het voeren van een goede administratie over de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven;
tot het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven;
uit eigen beweging het college onverwijld schriftelijk mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op de hoogte en de duur van de subsidie.
Voorschotten
Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen voorschotten worden verstrekt.
Subsidievaststelling
De subsidieontvanger, aan wie een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, is verplicht binnen 6 weken na afloop van het kalenderjaar, binnen 6 weken na afloop van de subsidiabele activiteiten en binnen 6 weken na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen bij het college.
Het college kan voor de aanvraag tot subsidievaststelling een formulier vaststellen.
Bij de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger:
- bewijsstukken waaruit het voortduren van het dienstverband, dan wel het eindigen van het dienstverband en de daaruit voortvloeiende verplichtingen blijkt;
- bewijsstukken waaruit blijkt dat de werkgever begeleiding heeft geboden in het werkproces en bewijsstukken omtrent de wijze waarop faciliteiten beschikbaar zijn gesteld voor het realiseren van de vastgestelde trajectdoelen;
- bewijsstukken waarin de werkgever rekening en verantwoording aflegt omtrent de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven.
Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie worden overgelegd. Het college doet hiervan mededeling in het besluit tot subsidieverlening.
Het college kan voorschrijven dat een schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in dit artikel bedoelde bescheiden, dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is gebleken. Het college doet hiervan mededeling in het besluit tot subsidieverlening.
Het college stelt de subsidie uiterlijk 3 maanden na binnenkomst van de aanvraag tot subsidievaststelling vast.
Indien na afloop van de termijn, bedoeld in onderdeel a, geen aanvraag is ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen drie maanden na afloop van de termijn.
De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde subsidiebedrag onder gelijktijdige verrekening van de verstrekte voorschotten.
Betaling van de subsidie
Het vastgestelde bedrag dat resteert na verrekening van de voorschotten met het vastgestelde subsidiebedrag zal binnen twee maanden na de subsidievaststelling worden betaald.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Algemene bepalingen inzake werkgeverssubsidie
Onderdeel van Nadere Regels Re-integratieverordening