Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Individuele plaatsingsbevorderende subsidie

Onderdeel van Nadere Regels Re-integratieverordening

Indicering Onder werknemer behorend tot categorieën I, II of III wordt in dit artikel verstaan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep bedoeld in artikel 5 van de Re-integratieverordening gemeente Arnhem van wie is vastgesteld dat hij naar redelijke verwachting in staat is om - ondersteund door aangeboden begeleiding en werkervaring - binnen een periode van respectievelijk 1, 2 of 3 jaar een niveau van presteren te bereiken, zodanig dat de continuering van een dienstbetrekking op reguliere basis (zonder verdere ondersteuning van plaatsingsbevorderende subsidies) mogelijk is. Onder werknemer behorend tot categorie O wordt verstaan de belanghebbende, behorende tot de doelgroep bedoeld in artikel 5 van de Re-integratieverordening gemeente Arnhem, die weliswaar geschikt wordt geacht om op termijn op een reguliere baan te kunnen gaan werken, maar daarvoor eerst extra werkervaring moet opdoen Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan ten aanzien van de werknemer, bedoeld in het eerste lid onder a en b een herindicatie plaatsvinden. Voorwaarden Het college verstrekt op aanvraag aan de werkgever, met inachtneming van het gestelde in deze nadere regels, een werkgeverssubsidie, genaamd Individuele Plaatsingsbevorderende subsidie bij indienstname van een werknemer bedoeld in het eerste lid. Voorwaarden voor toekenning van deze subsidie zijn: toepassing van deze subsidie is door het college geïndiceerd in een trajectplan; de werkgever begeleidt de werknemer op adequate wijze bij het werkproces en/of stelt faciliteiten beschikbaar voor het realiseren van de vastgestelde trajectdoelen; de werkgever sluit met de werknemer een arbeidsovereenkomst conform de geldende CAO of rechtspositieregeling af; de netto beloning op basis van de arbeidsovereenkomst is ten minste gelijk aan de voor de geïndiceerde werknemer van toepassing zijnde uitkeringsnorm; de werkgever verklaart zich bereid de arbeidsovereenkomst met de werknemer, bij voldoende functioneren, en bij niet ten nadele gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden, aansluitend aan de gesubsidieerde periode te verlengen; detachering van de werknemer door de gesubsidieerde werkgever bij een andere werkgever is uitsluitend toegestaan, indien zulks onderdeel uitmaakt van een door het college goedgekeurd trajectplan, waarin ook de condities voor detachering zijn vastgelegd; bij de werkgever kunnen meerdere werknemers, waarvoor een werkgeverssubsidie als bedoeld in dit artikel wordt verstrekt, werkzaam zijn mits deze werknemers maximaal 10 procent van de reguliere formatie uitmaken dan wel de werkgever naar het oordeel van het college op andere wijze voldoende heeft aangetoond dat de werknemer in voldoende mate professioneel wordt begeleid. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 4 kan subsidie worden verleend zonder dat de netto beloning ten minste gelijk is aan de voor de geïndiceerde werknemer van toepassing zijnde uitkeringsnorm, indien sprake is van persoonlijke omstandigheden bij de werknemer waardoor dit niet mogelijk is of omdat dit gelet op de situatie op de arbeidsmarkt niet mogelijk is. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 5 kan subsidie worden verleend aan een werkgever die met een werknemer een arbeidsovereenkomst sluit en verklaart dat hij de doelstelling, om aansluitend tot een reguliere ongesubsidieerde dienstbetrekking te komen, onderschrijft en daaraan optimaal meewerkt. Het bepaalde in artikel 5, tweede lid, sub a aanhef en onder het vierde gedachtestreepje is op deze subsidieverlening niet van toepassing. Verplichtingen De werkgever is verplicht de werknemer in staat te stellen dat te ondernemen wat nodig is voor de uitstroom naar reguliere arbeid. Het college kan bij de subsidieverlening aan de subsidieontvanger, zonodig in afwijking van het bepaalde in deze nadere regels, andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Duur van de subsidie Voor de werknemer behorend tot categorie I bedraagt de subsidieduur ten hoogste 1 jaar. Voor de werknemer behorend tot categorie II bedraagt de subsidieduur ten hoogste 2 jaren. Voor de werknemer behorend tot categorie III bedraagt de subsidieduur ten hoogste 3 jaren. Voor de werknemer behorend tot categorie O bedraagt de subsidieduur ten hoogste 1 jaar. Hoogte van de subsidie Het college stelt jaarlijks een normbedrag voor de subsidie vast. De grondslag van dit normbedrag zijn de noodzakelijke loonkosten bij een aanstelling van 32 uur op het niveau van 100% van het wettelijke minimumloon waarbij de Gemeente Arnhem als fictieve werkgever wordt gehanteerd. Het college stelt dit bedrag jaarlijks bij aan de hand van de ontwikkeling van het wettelijke minimumloon. De hoogte van de individuele plaatsingssubsidie (IP) per werknemer wordt op de volgende wijze berekend: het basisbedrag voor de werkgever wordt berekend: - indien de werkgever een werkgever is zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit in- en doorstroombanen zoals dat luidde op 31 december 2003: indien de werknemer behoort tot categorie III: 100% van het normbedrag gedurende het eerste jaar, 90% van het normbedrag gedurende het tweede jaar, 80% van het normbedrag gedurende het derde jaar; indien de werknemer behoort tot categorie II: 90% van het normbedrag gedurende het eerste jaar, 80% van het normbedrag gedurende het tweede jaar; indien de werknemer behoort tot categorie I: 80% van het normbedrag gedurende het eerste jaar; - voor de overige werkgevers: indien de werknemer behoort tot categorie III: 90% van het normbedrag gedurende het eerste jaar, 70% van het normbedrag gedurende het tweede jaar, 50% van het normbedrag gedurende het derde jaar; indien de werknemer behoort tot categorie II: 70% van het normbedrag gedurende het eerste jaar, 50% van het normbedrag gedurende het tweede jaar; indien de werknemer behoort tot categorie I: 50% van het normbedrag gedurende het eerste jaar; het basisbedrag voor de werkgever wordt naar rato aangepast wanneer de werknemer minder dan 32 uur per week en korter dan 12 maanden in het betreffende subsidiejaar werkt; (vervallen). 6. Hoogte van de subsidie bij detachering In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid, sub b, onder 1 kan het college bepalen dat een werkgever zoals bedoeld onder het tweede gedachtestreepje die onder toepassing van het tweede lid, sub a, onder 6 de werknemer detacheert bij een werkgever zoals bedoeld onder het eerste gedachtestreepje, tijdelijk wordt aangemerkt als een werkgever zoals bedoeld onder het eerste gedachtestreepje. 7.Opstap-subsidie a. In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid sub b onder 1 verhoogt het college, indien de werknemer behoort tot categorie O het basisbedrag tot 100% van het normbedrag. b.Het bepaalde in artikel 5, tweede lid, sub a aanhef en onder het vierde gedachtestreepje en artikel 6, tweede lid, onderdeel b onder 5 is op de subsidieverstrekking bedoeld in dit lid niet van toepassing 8 Verhoging Opstap-subsidie De subsidie welke wordt verstrekt met toepassing van het zevende lid van dit artikel kan worden verhoogd met een bedrag voor door of namens de werkgever te verrichten inspanningen - gericht op het creëren van condities waarbinnen de werknemer in staat is om op adequate wijze werkzaamheden te verrichten en daarmee werkervaring op te doen - welke op basis van een onderbouwd verzoek naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn en niet op een andere wijze door of namens het college op adequate wijze kunnen worden gecreëerd.. 9. Urenomvang Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid, sub b, onder 2 dient de werkgever bij de aanvraag tot subsidieverlening aan te geven welke urenomvang het dienstverband per kalendermaand geacht kan worden te hebben. Indien er in een kalendermaand door de werkgever gedurende minder uren arbeid wordt aangeboden, bestaat er voor die kalendermaand geen aanspraak op subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel