Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Algemene bepalingen

Onderdeel van Nadere Regels Re-integratieverordening

1.Subsidieplafond Zonodig maakt het college jaarlijks bekend welk totaalbedrag beschikbaar is voor de in dit hoofdstuk bedoelde subsidies en de verdeling daarvan. 2.Weigeringsgronden Artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht is op de subsidieverlening van toepassing. 3.Aanvraagformulier Het college kan voor de aanvraag tot subsidieverlening een formulier vaststellen. 4.Subsidieverlening De beschikking tot subsidieverlening bevat ten minste: - een omschrijving van de gesubsidieerde activiteiten; - de subsidiemaatstaf; - de duur van de subsidie; - de subsidievoorwaarden; - de verplichtingen van de subsidieontvanger; - de termijn voor de aanvraag van de subsidievaststelling; en - de termijn van de ambtshalve subsidievaststelling. Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: tot het voeren van een goede administratie over de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven; tot het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven; uit eigen beweging het college onverwijld schriftelijk mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op de hoogte en de duur van de subsidie. Voorschotten Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen voorschotten worden verstrekt. Subsidievaststelling De subsidieontvanger, aan wie een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, is verplicht binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar, binnen twee maanden na afloop van de subsidiabele activiteiten en binnen twee maanden na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen bij het college. Het college kan voor de aanvraag tot subsidievaststelling een formulier vaststellen. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger bewijsstukken waarin de werkgever rekening en verantwoording aflegt omtrent de gesubsidieerde activiteiten en de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven. Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie worden overgelegd. Het college doet hiervan mededeling in het besluit tot subsidieverlening. Het college kan voorschrijven dat een schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in dit artikel bedoelde bescheiden, dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is gebleken. Het college doet hiervan mededeling in het besluit tot subsidieverlening. Het college stelt de subsidie uiterlijk 3 maanden na binnenkomst van de aanvraag tot subsidievaststelling vast. Indien na afloop van de termijn, bedoeld in onderdeel a. geen aanvraag is ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld binnen drie maanden na afloop van de termijn. De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde subsidiebedrag onder gelijktijdige verrekening van de verstrekte voorschotten. Betaling van de subsidie Het vastgestelde bedrag dat resteert na verrekening van de voorschotten met het vastgestelde subsidiebedrag zal binnen twee maanden na de subsidievaststelling worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel