Het verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn is niet van toepassing op:
aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en andere bouwwerken behorend bij het achtererf van gebouwen met een totale oppervlakte van ten hoogste 1/3 deel van dat achtererf, doch niet meer dan 40 m² en met inachtneming van de volgende bepalingen:
de goothoogte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen mag ten hoogste 3 meter bedragen;
de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2,5 meter bedragen;
onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als een aan- of uitbouw voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist;
onderdelen van bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als een aan- of uitbouw, als bedoeld in artikel 2 onder a van het Besluit bouwwerken;
onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren opgevat zouden moeten worden als het aanbrengen van veranderingen, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;
andere onderdelen van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, die bij het afzonderlijk realiseren niet vallen onder de werking van artikel 3, onderdeel 7 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, te weten:
ondergrondse uitsteeksels, zoals funderingsonderdelen, rioolleidingen en rioolputten;
terrassen, bordessen en bordestreden;
antennes, anders dan bedoeld in artikel artikel 2, onderdeel 15 en 17 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.