Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5

Artikel 2.5.14

Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn

Onderdeel van Bouwverordening

1.. In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor: vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen; gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen en welk terrein slechts aan één van die zijden mag worden bebouwd; gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de bereikbaarheid, als bedoeld in de artikelen 2.5.3 en 2.5.4, is verzekerd; bijgebouwen behorend bij het achtererf van gebouwen, met uitzondering van tot bewoning bestemde gebouwen, geen eengezinswoning zijnde, en anders dan de in artikel 4 lid 2 en artikel 5 lid 2 van het Besluit bouwwerken bedoelde gebouwen en anders dan in artikel 2.5.13, sub a, genoemde bouwwerken; gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of overwegend handels- of industrieterrein omvattend; bijgebouwen, die niet vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht; ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger is gelegen dan de hoogte van het terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw; bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist; trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en stortbuizen, balkons en veranda’s, alsmede andere luifels, afdaken, dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en bordessen dan bedoeld zijn in artikel 2.5.13; erkers en overige uitbouwen anders dan de uitbouwen die vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. 2.. Burgemeester en wethouders gaan niet over tot het verlenen van de ontheffingen genoemd onder d en h dan nadat uitvoering is gegeven aan het bepaalde in artikel 1.3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel