Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 3.2

Resultaatgebieden

Onderdeel van Nadere regels WMO Gemeente Oisterwijk 2016-3

De 8 resultaatgebieden staan niet op zichzelf. Problemen, die tot uiting komen in een bepaald resultaatgebied, zouden hun oorsprong kunnen vinden in een ander resultaatgebied. Ze hangen dus nauw met elkaar samen. Om het verband tussen de onderliggende resultaten te verduidelijken, wordt per resultaatgebied aangegeven om welke resultaten het gaat. Resultaatgebieden die in veel situaties aan de orde komen zijn sociaal netwerk en mantelzorgondersteuning. Artikel 3.3 Algemeen gebruikelijk In artikel 4.2 lid 2, 3 en 4 van de verordening zijn situaties opgenomen waaronder geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat of kan bestaan. Het college kan in voorkomende gevallen de aanvraag om een maatwerkvoorziening weigeren. In deze nadere regels is uitgewerkt wat wordt bedoeld met het algemeen gebruikelijk zijn van een voorziening. In de lijn met de jurisprudentie die onder de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) en Wmo 2007 tot stand is gekomen is het college ook onder de Wmo 2015 niet gehouden voorzieningen te verlenen die voor de cliënt als algemeen gebruikelijk zijn te beschouwen (vergelijk CRVB:2009:BK5657 en RBSGR:2011:BQ5651). Verwezen wordt ook naar de begripsbepalingen in artikel 1 lid 1 onder a van de verordening. Het college verstrekt geen voorziening als aannemelijk is dat de cliënt daar - gelet op zijn omstandigheden - over zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: normaal in de handel verkrijgbaar is; en niet specifiek is bedoeld voor mensen met beperkingen; en niet substantieel duurder is dan vergelijkbare producten. Beoordelingskader De drie vragen hebben betrekking op de vraag of de voorziening algemeen gebruikelijk is. De vraag is echter of de voorziening ook voor de persoon als de cliënt algemeen gebruikelijk is. Kort gezegd, valt het volgens geldende maatschappelijke normen binnen het normale bestedingspatroon van de cliënt. Het college beoordeelt de hier bovengenoemde vragen in hun onderlinge samenhang. Het enkele feit dat een voorziening normaal in de handel verkrijgbaar is wil nog niet zeggen dat het naar geldende maatschappelijke normen voor de persoon van de cliënt past binnen zijn normale bestedingspatroon. Andersom kan echter ook. Bijvoorbeeld het feit dat de cliënt niet zonder meer een fiets met hulpmotor zou aanschaffen betekent dat het toch een algemeen gebruikelijke voorziening voor hem/haar kan zijn. Fietsen met hulpmotor zijn -in principe- algemeen gebruikelijk voor personen die ouder zijn dan 16 jaar. Een fiets met hulpmotor is vergelijkbaar met een brommer, ook qua kosten (CRVB:2010:BN1265). Een onverwachts optredende noodzaak Het zogenaamde calamiteitenprincipe kan een uitzondering vormen op de hoofdregel. Wanneer er sprake is van een plotseling optredende noodzaak tot aanschaf of vervanging van een voorziening en deze zijn oorsprong vindt in de beperkingen van de cliënt, kan dat een omstandigheid zijn waarom een algemeen gebruikelijke voorziening voor de persoon als de cliënt toch niet algemeen gebruikelijk is. Hoofdstuk 4 Ondersteuning door gebruikelijke hulp en mantelzorg Artikel 4.1 Gebruikelijke hulp / artikel 4.2 gebruikelijke begeleiding In Wmo 2015 staat voorop dat allereerst wordt bezien of en in hoeverre iemand zelf dan wel met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt bepaald door wat op dat moment naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht. In onze samenleving wordt het normaal geacht dat de echtgenoot/partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waar nodig en mogelijk hun rol nemen in het zelfstandig (kunnen blijven) wonen, waaronder het voeren van een gestructureerd huishouden en het uitvoeren van de dagelijkse noodzakelijke levensverrichtingen (ADL), en het (kunnen blijven) participeren, zeker als er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid. Gebruikelijke hulp is dan ook de normale, dagelijkse hulp die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden. In de nadere regels is een apart artikel opgenomen over gebruikelijke begeleiding. Hierbij is aangegeven wat onder gebruikelijke begeleiding kan vallen. De opsomming is niet limitatief. Artikel 4.3 Mantelzorg De vraag is of in individuele situaties taken of activiteiten van de mantelzorger moeten worden overgenomen om overbelasting te voorkomen. Eén van de redenen daarvoor kan zijn dat degene, die mantelzorg biedt, overbelast is (geraakt) en niet meer in staat is mantelzorg te verlenen. Steeds moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden. Dreigende overbelasting Bij een beroep op (dreigende) overbelasting van de mantelzorger moet dat door de cliënt aannemelijk worden gemaakt en dan rust op het college de plicht daar onderzoek naar in te stellen. Wanneer er bij de mantelzorger eigen mogelijkheden zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen dienen deze te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van geïndiceerde zorg (verpleging en/of verzorging), kan het college verlangen dat men die overbelasting opheft door deze zorg door (andere) zorgverleners uit te laten voeren, tenzij daar bezwaren tegen bestaan. Bijvoorbeeld omdat iemand niet door anderen (derden) verpleegd of verzorgd wil worden maar door de mantelzorger. Bij de beoordeling weegt het college mee of de aanspraak op een maatwerkvoorziening wordt voorkomen. Hoofdstuk 5 Afwegingskader maatwerkvoorzieningen Op basis van de resultaatgebieden wordt de mate van zelfredzaamheid bepaald. Daaruit kan volgen dat er een maatwerkvoorziening moet worden ingezet ter bevordering of behoud van de zelfredzaamheid. Uit het te behalen resultaat blijkt of er een maatwerkvoorziening nodig is en welke soort. In hoofdstuk 5 van de nadere regels staan de afwegingen, die bij specifieke maatwerkvoorzieningen van toepassing zijn. Dit betekent niet dat de in dit hoofdstuk benoemde maatwerkvoorzieningen limitatief zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel