- - Het college ziet af van het toepassen van een verlaging ex hoofdstuk 2 en 3 indien:
- - elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
- - de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
- - Het college kan afzien van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
- - Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
- - Het college legt in nadere beleidsregels Afstemmingen vast wat onder ontbreken van verwijtbaarheid en dringende redenen moet worden verstaan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 11 Afstemmings- en fraudeverordening Participatiewet en IOAW
Afzien van een verlaging als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van deze verordening
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Participatiewet en IOAW
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 11 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon