1. De duur van de verlaging als bedoeld in artikel 18, lid 5 van de wet (bij niet nakomen arbeidsverplichtingen ex artikel 18, lid 4 van de wet) is bepaald op 1 maand.
2.De duur van de verlaging als bedoeld in artikel 18, lid 6 van de wet (bij herhaald niet nakomen arbeidsverplichtingen ex artikel 18, lid 4 van de wet) binnen 12 maanden na de eerste oplegging (recidive)) is bepaald op 2 maanden.
3.Bij herhaalde recidive binnen 12 maanden na de tweede oplegging als bedoeld in het tweede lid is artikel 18, lid 7 van toepassing en wordt de verlaging voor de duur van 3 maanden opgelegd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5
Vaststelling duur verlaging als bedoeld in artikel 18, lid 5 en lid 6 van de wet
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Participatiewet en IOAW