Het college ziet af van het toepassen van een verlaging indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Het college stemt een verlaging af op de omstandigheden van belanghebbende en diens gezinsleden indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college (gedeeltelijk) afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Het college legt in nadere beleidsregels Afstemmingen vast wat onder ontbreken van verwijtbaarheid en dringende redenen moet worden verstaan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 9
Afzien of nadere afstemming van een verlaging op grond van een dringende reden als bedoeld in artikel 18, lid 9 en 10 van de wet
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Participatiewet en IOAW