Naar hoofdinhoud
1.. De grafrechten vervallen: door het verlopen van de termijn waarvoor het uitsluitend recht is verleend; indien de rechthebbende afstand doet van het uitsluitend recht; indien de begraafplaats wordt opgeheven. 2.. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren: indien de betaling van de gebruiks- en onderhoudsrechten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht -ondanks een aanmaning- niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied; indien de rechthebbende of de gebruiker -ondanks een aanmaning- in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; indien de rechthebbende van een eigen graf is overleden en het uitsluitend recht niet binnen de in artikel 20, lid 2, gestelde termijn is overgeschreven. 3.. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten; 4.. Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken en / of beplanting kan gedurende één maand voor het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of gebruiker van het graf worden verwijderd. Het op het graf aanwezige gedenkteken en de beplanting zal na het vervallen van het grafrecht door of namens het college worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gedaan op schadevergoeding. Op grond van een daartoe door de rechthebbende of gebruiker bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie de vergunning als bedoeld in artikel 23 was verleend. Deze aanvraag kan worden ingediend gedurende in artikel 27.1 genoemde termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel