Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 15

Verantwoording subsidies vanaf € 50.000

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013

Op grond van het eerste en het derde lid moet een aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 50.000,- binnen twaalf weken na afloop van het boekjaar worden ingediend. Daarbij wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Als gevolg van het van toepassing verklaren van afdeling 4.2.8 van de Awb is het niet nodig om in de verordening gedetailleerd op te nemen aan welke eisen de verantwoording dient te voldoen. In de Awb is bijvoorbeeld al geregeld dat bij een aanvraag tot vaststelling van de subsidie een financieel verslag (of indien de ontvanger daartoe op grond van het Burgerlijk Wetboek verplicht is een jaarrekening) en activiteitenverslag moet worden gevoegd en dat het financieel verslag moet worden gecontroleerd door een accountant. Die accountant moet een onderzoek uitvoeren als bedoeld in artikel 2:393 BW. Dit betekent dat de accountant moet onderzoeken of het financiële verslag voldoet aan de bij of krachtens wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag met het financiële verslag verenigbaar is. Hier wordt dan ook naar die bepalingen uit de Awb verwezen. De belangrijkste eisen voor de vaststelling van de subsidie bevinden zich in de artikelen 4:75 (activiteitenverslag en financieel verslag dan wel jaarrekening), 4:76 en 4:77 (inhoud financieel verslag), 4:78 (accountantscontrole) en 4:80 (inhoud activiteitenverslag). In het tweede lid is bepaald dat de termijn voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij periodieke subsidies vanaf € 125.000,- kan worden verlengd tot 20 weken, mits de subsidieontvanger daarom vraagt. In het vierde lid wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Awb biedt om artikel 4:76 Awb bij wettelijk voorschrift van toepassing te verklaren als de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate aan de subsidie ontleend. Geregeld is dat de nadere eisen die artikel 4:76 Awb aan een financieel verslag stelt van toepassing zijn als de subsidieontvanger voor meer dan de helft van zijn inkomsten van de subsidie afhankelijk is. Bij het verlenen van de subsidie wordt vastgesteld of dit het geval is. Tot slot is in het vijfde lid geregeld dat een controleverklaring niet nodig is als een subsidie van € 125.000 of minder is verleend. Daarmee wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 4:78, vijfde lid Awb biedt om vrijstelling te verlenen van de verplichting een controleverklaring in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel