Naar hoofdinhoud
1.. De verlaging, als bedoeld in artikel 10, wordt verrekend over drie maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee daaropvolgende maanden een derde van de verlaging wordt toebedeeld, tenzij het gaat om een verlaging met terugwerkende kracht. 2.. Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als bedoeld in het eerste lid plaats

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel