**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10 procent van de bijstandsnorm gedurendeéén maand bij een benadelingsbedrag tot €1.000;
10 procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €1.000,- tot €3.000;
10 procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €3.000,- tot €7.500;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende zes maanden bij een benadelingsbedrag vanaf €7.500,- tot €25.000;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende twaalf maanden bij een benadelingsbedrag van €25.000,- of meer.
in afwijking van onderdelen a, b, c, d en e. wordt ingeval van het verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening, door toepassing van de bestuurlijke boete, een verlaging toegepast van 10% voor de duur y maanden met een maximum van één jaar. y wordt bepaald door de hoogte van de bestuurlijke boete te delen door de bijstandsnorm.
in afwijking van onderdelen a, b, c, d, e en f wordt in het geval van het bewonen van een te dure woning waarbij gebruik wordt gemaakt van de woonkostentoeslag, terwijl men heeft nagelaten tijdig actief op zoek te gaan naar een goedkopere woning een maatregel opgelegd van 10% van de norm voor het aantal maanden waarin belanghebbende in deze heeft verzuimd actie te ondernemen, met een maximum van 6 maanden.
**3..** In afwijking van voorgaande leden kan een verlaging worden opgelegd ter hoogte van de bijzondere bijstand, indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.