1.. de Bank draagt er zorg voor dat de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de Bank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden, buiten twijfel staat;

2.. de Bank bepaalt de betrouwbaarheid van de in lid 1 van dit artikel bedoelde personen op basis van de in de beleidsregel 1 genoemde normen;

3.. de artikelen 12 tot en met 16 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.