Ondersteuning bij de organisatie van het huishouden wordt ingezet wanneer de cliënt niet tot regie en planning van de huishoudelijke taken in staat is. Naast dat er huishoudelijke taken moeten worden overgenomen, heeft de hulp een signalerende, aansturende en regievoerende taak. Ook kan de hulp ingezet worden voor het helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden. Het doel van het voeren van de regie over het huishouden is het schoonhouden van het huis, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het huishouden. Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid niet meer van de klant verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt (bijv. een terminale situatie) of als disfunctioneren dreigt. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (eten en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt. De hulp dient bij het uitoefenen van de ondersteuning zoveel mogelijk de klant te betrekken bij het maken van keuzes. Daarbij dient aangesloten te worden bij de capaciteiten, intellectuele vaardigheden en leervermogen van de klant. Bij een deel van deze groep zal geen sprake zijn van ontwikkelvermogen, eerder van afnemende zelfredzaamheid. Bewaken of het nog verantwoord is dat de klant zelfstandig woont, is daarom onderdeel van het resultaatgebied (signaleren en doorgeven aan de gemeente). De resultaten voor ondersteuning bij de organisatie van het huishouden krijgen vorm door het inzetten van een gespecialiseerde hulp.
Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.3.
Organiseren van huishoudelijke taken
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2017